De moorden van Beernem

door Katrien Ryserhove

naar Alfons Ryserhove

ISBN: 908085011X - NUR: 402 - non-fictie - Jan. 2004

HET VERHAAL

Op 25 mei 1915 verdween baron Henri d'Udekem d'Acoz uit zijn kasteel te Ruddervoorde. Met een list werd hij 's morgens omstreeks halfacht door drie, als Duitsers vermomde mannen, in een wagen meegenomen. De Ortskommandantur te Tielt had "inlichtingen" nodig, maar daar kwam hij nooit aan.

Op 2 september 1915 waren twee boomsnoeiers nabij het Aanwijs te Beernem aan het werk. Het was de laatste opdracht die Camiel (Sassen) Dierickx, de jachtwachter van mevrouw Lippens van Bulskampveld, hen eind augustus gegeven had. Deze Sassen Dierickx was zelf op 28 augustus op mysterieuze wijze verdwenen.
De mannen zagen onder laaghangende sparrentakken een kleine hoogte waarop geen gras groeide. Zij ontdekten hoe uit het mulle zand een mensenhand stak. Aan één van de vingers schitterde een prachtige ring. De identificatie was daardoor niet moeilijk. De dode bleek baron d'Udekem d'Acoz te zijn. Hij werd in de rug geschoten en nog levend begraven.
Toch liet burgemeester de Vrière van Beernem optekenen dat "een onbekende persoon van het mannelijke geslacht" werd gevonden. In de akte werd er gezwegen over de ring en de zakdoek met de initialen "H.d'U.d'A".
Was het een passionele moord op bevel of met het medeweten van zijn eigen vrouw? Mevrouw Cécile Van Outryve d'Ydewalle had immers een verhouding met één of meerdere Duitse officieren die op kasteel "Lakebos" waren ingekwartierd. Maar ook ridder Etienne de Vrière had een oogje op haar.

Ondertussen bleef ook Sassen Dierickx vermist. Had hij het schot op de baron gehoord en herkende hij de daders? Werd hij daarom als lastige getuige uit de weg geruimd? Tot op heden is daarop geen definitief antwoord mogelijk. Zijn lichaam werd immers nooit teruggevonden.
Jaren na de feiten werd in Beernem nog steeds heel veel over die verdwijning verteld. Er werden zelfs namen genoemd en beschuldigingen geuit! Ook Hector De Zutter wist één en ander van de verdwijning van de jachtwachter en durfde soms verwijten te maken aan het adres van enkele bekenden.

Tijdens de wijkkermis van de "Oude Statie" op 7 november 1926 was het weer zo ver. Hector maakte ruzie met veldwachter Hoste en met Etienne Schepers over de verdwijning van "de Sassen".
's Avonds keerde Hector echter niet naar huis terug en ook de volgende dagen dook hij nergens op. In Beernem deden allerlei geruchten de ronde. Men had horen schreeuwen in het huis van Schepers, iemand had gezien hoe een lijk onder een mesthoop op een kar naar de vaart was gebracht en daarin werd geworpen, de broek van de garde was gescheurd...

Uiteindelijk viste men op 30 november 1926 het lichaam van Hector De Zutter uit de Brugse vaart op. Ondanks de hoofdwonden en de stalmest die aan de kleren kleefde, verklaarde het Brugse parket dat het om een "zelfmoord" ging.

Ernest Van Poucke, de jongeman die op 28 november de mestkar van bij Schepers tot aan de vaart zag rijden, kwam op 9 mei 1927 onder eigenaardige omstandigheden om het leven. Hij keerde te voet van de Brugse Meifoor terug en verdronk in het kanaal. Mensen hoorden echter zijn hulpgeroep en zagen een persoon wegvluchten. Een volledige verklaring voor zijn dood werd nooit gevonden.

Ondertussen was "de zaak Hector De Zutter" voorpaginanieuws in alle kranten. Victor De Lille van "t Getrouwe Maldeghem" startte met zijn steunfonds voor moeder De Zutter, richtte een bedevaart naar Balgerhoeke in en eiste een groot gerechtelijk onderzoek. Daarmee schopte hij tegen de schenen van de plaatselijke aristocratie. Ridder de Vrière kon zijn bloed wel drinken. Die ridder de Vrière (er werd gefluisterd dat hij de bastaardzoon van Leopold II was) speelde trouwens een bizarre rol in deze geheimzinnige zaken van Beernem. Zijn invloed op het katholieke West-Vlaanderen was enorm. Bovendien was zijn schoonzoon voorzitter van het Brugse gerecht! Van invloed gesproken!
Uiteindelijk werden veldwachter Hector Hoste (en van hem werd gezegd dat hij de bastaardzoon van de Vrière was) en Etienne Schepers, beiden getrouwd met een zus van Oscar Devos, een derde verdachte, tot 20 jaar gevangenisstraf veroordeeld. Oscar Devos ging vrijuit. Een ongelukkige uitspraak van garde Hoste die hemzelf de das omdeed, ontsloeg Oscar van medeplichtigheid.

Ondanks dit vonnis bleven vele vraagtekens over deze zaken van Beernem bestaan. Het werk van Alfons Ryserhove bracht echter klaarheid in deze tragische geschiedenis

Hector De Zutter
Henri d'Udekem d'Acoz
Etienne de Vrière
Alfons Ryserhove in gesprek met gerechtsofficier Herrmann